Raadsels uit de oude doos

 

Wat zette Adam het eerst in de hof van Eden?
Zijn voet.


Welk oog mist de mens graag?
Een eksteroog.


Welke mensen zetten hun voeten zo sterk neer dat men het in de gehele stad kan horen?
De orgeltrappers en zij die het carillon bespelen.


Jan is wijs, maar wie is altijd wijzer?
De wijzers van een klok.


Wanneer heeft het mooiste meisje ter wereld geleefd?
Tussen haar geboorte- en haar sterftedag.


Waarom is het blad van een boom gelijk aan het menselijk lichaam?
Omdat het aderen bezit.


Welke lieden zijn altijd gastvrij?
De bedelaars, want die zijn altijd van gasten vrij.


Ik ben morgen niet meer wat ik vandaag nog ben. Tafel, bed en huis zijn weg, zelfs mijn naam wordt mij ontnomen. Ra ra wie ben ik?
Een bruid.


Wat heeft ogen aan alle kanten en kan toch niet zien?
Een dobbelsteen.


Waar woonde de toveres van Eindhoven?
In Eindhoven natuurlijk!


Wat ziet iedereen maar één keer?
De dag van gisteren.


Welke stenen vindt men in de Rijn?
Natte stenen.


Wat kan niemand navertellen?
Dat hij gestorven is.


Een blinde zag een haas lopen, een lamme liep die achterna en ving hen, een naakte stak hem in de zak en droeg hem naar huis. Wat is dat?
Een leugen.


Wat kan door een ruit vallen zonder de ruit te breken?
Het licht.


In welke glazen kan men het best iets inschenken?
In lege glazen.


Wie breekt er eerder een been, die van een tafel of die van een kerktoren valt?
Die van de tafel valt, omdat hij eerder op de grond is.


Welk ijs kan niet smelten?
Radijs.


Waar zit de meeste vis?
Tussen kop een staart.


Welke kinderen hebben hun vader zien dopen?
De kinderen van de dominee.


In welke vaten kan men geen wijn doen?
In volle vaten.


Wat heeft in het begin vier, later twee, en uiteindelijk drie voeten?
De mens.


Welke klokjes kan men niet luiden?
Sneeuwklokjes.


Bij welk woord moet men iets aan toe voegen, wil het korter zijn?
Kort(er).


Degene die het maakt, die hoeft het niet. Degene die het draagt, houd het niet. Degene die het koopt, wil het niet. Die het heeft, die weet het niet. Ra ra wat is dat?
Een doodskist.


Ik blijf donker wanneer het licht is, ik ben het warmst als het 't koudst is en koudst als het 't warmst is. Ra ra wie ben ik?
De kelder.


Wat was was, voor was was was?
Bijenvoedsel.


Hoeveel groene erwten gaan er in een kop?
Geen, je gooit ze erin.


Wie gaat er op zijn kop de trap op?
De spijker in je schoen.


Waarom eten in een Oudere-Vrouwenhuis de oudere vrouwen meer dan de jonge?
Omdat er meer oudere vrouwen zijn.


Wie is vlugger dan een vlieg?
Degene die de vlieg vangt.


Doet men het, dan is het gedaan. Doet men het niet, dan gebeurd het toch. Ra ra wat is dat?
Handen drogen.


Wanneer zal de soep het eerst uit de pan lopen?
Wanneer er een gat in zit.


Wat is de overeenkomst tussen een steen en een olifant?
Ze kunnen geen van beide in een boom klimmen.


Wat is de overeenkomst tussen een edelman en een boek?
Ze hebben alletwee een titel.


Wanneer kan men zeggen dat iemand tot over de oren in de schuld zit?
Wanneer zijn pruik nog niet betaald is.


Wat heeft geen lichaam en is toch zichtbaar?
Onze schaduw.


Van welk woord word je ziek wanneer je de eerste letter weghaalt?
Muziek.


Wat loopt van Eindhoven naar Den Bosch zonder zich te bewegen?
De weg.


Wat is bij elke maaltijd onmisbaar?
De mond.


Welk mes kan niet snijden?
Een dreu-mes.


Van welk woord van vijf letters blijft slechts één over, wanneer men de twee eerste letters eraf haalt?
St-een.


Waarom zijn de bedden van luie mensen altijd te kort?
Omdat zij er te lang in liggen.


Waarom in de letter N gelijk aan de dood?
Omdat N het einde van leven is.


Wat heeft geen vlees en botten, maar wel vier vingers en een duim?
Een handschoen.


Amsterdam begint met een A, en eindigt met een E. Hoe kan dat?
Het woord Eindigt begint met een E.


Wanneer is een dwaas het verstandigst?
Als hij zwijgt.


Ik beweeg mij voor je ogen, wanneer ik echter ga, staat mijn lichaam stil en als ik stilsta, lieg ik. Ra ra Wie ben ik?
Een Klok.


Welke kaars brandt langer, een stearinekaars, een waskaars of een vetkaars?
Geen van drieën, ze branden allemaal korter.


Welke vogel lijkt het meeste op een ooievaar?
Het wijfje van een ooievaar.


Welk paard kan van achteren even goed zien als van voren?
Een blind paard.


Waar wordt het water het duurst verkocht?
In de apotheek.


Hoe kan men water in een zeef doen, zonder dat het er doorheen loopt?
Als het water bevroren is.


Waarom regent het nooit twee dagen achter elkaar?
Omdat de nacht er tussen in zit.


Wat is het langste dier?
Een leeuw, want die is langer als een eeuw.


Hoeveel nagels (spijkers) zijn er aan de hoefijzers van een goed beslagen paard nodig?
Geen een, want die nodig waren die zitten er al onder, want anders was het paard niet goed beslagen.


Ik ben een kind van een vader, en van een moeder, en ik behoor niet tot de zonen der mensen. Ra ra wie ben ik?
Een dochter.


Wie is het die steeds een kuil voor een ander graaft en er uiteindelijk zelf invalt?
Een grafdelver.


Waar smaakt de wijn het best?
Op de tong.


In welke maand eet de Hollander het minst?
In februari, omdat die maand maar 28 dagen heeft.


Welke rijtuigen lopen niet op wielen.
Die stilstaat.


Wat is het zwaarste dier?
De koe, om dat die met vier koevoeten opgetild worden.


Welk dier is altijd thuis?
De slak.


Drie personen speelden samen en toen zij ophielden hadden ze allemaal gewonnen. Ra ra wie zijn dat?
Drie muzikanten.


Waarom kijkt de haas om als de honden hem bijten?
Omdat hij van achteren geen ogen heeft.


Wat kan men niet nat maken?
Water.


Welke kooplieden gebruiken bij het vervalsen van hun waar de zuiverste stof?
De wijnkopers, die doen er water bij.


Wie gaat zonder dat hij met zijn voeten de grond raakt?
Een schaatser.


Lerum Larum Falderaltit! Hoe schrijft men dat met drie letters?
DAT.


Wat zijn de grootste gebouwen en toch de minst sterke?
De luchtkastelen.


Welke vogel heeft geen vleugels, geen veren en geen snavel?
De spotvogel.


Wat wordt groter hoe meer er afgaat?
Een gat in een sok.


Wie wordt gewoonlijk niet onder de hoog geplaatste personen gerekend hoewel hij er toe behoord?
De torenwachter.


Welke jas kan men niet aantrekken?
Een paljas (strozak)


Wat is het nuttigste deel van de menselijke kleding en wordt het ondankbaarst behandeld?
Het schoeisel, want het wordt met de voeten getreden.


Welke scharen worden nooit geslepen?
Kreeftscharen.


Waarom draagt de infanterie bronzen knopen aan de jas?
Om de jas dicht te doen.


Wat pest de mensen tranen uit de ogen zonder hun verdriet te veroorzaken?
Een ui.


Wie is altijd het langst in de kerk?
Die buiten de kerk ook het langst is.


Welke mensen hebben ogen van achteren?
Die een negenoog in de nek hebben.


Welke ruiters rijden niet?
Zandruiters.


Wat is het sterkste dier?
De slak, want die draagt haar eigen huis.


Wat is de overeenkomst tussen een trommel en een koppige jongen?
Omdat ze geen van beide antwoorden voordat ze geslagen worden.


Wie blijft steeds leren spellen?
De straatmakers, want die houden zich steeds met klinkers bezig.


Welke uitvinding is de gewichtigste?
Die van de gewichten.


Welk dier vliegt niet, zelfs als het hoog in de lucht is?
Het haantje op de toren.


Voor welke ogen worden geen brilleglazen geslepen?
Voor eksterogen.


Welke ring is niet rond?
De ha-ring.


Voor welke ongenodigd gast moet men een oogje dicht doen?
Voor de slaap.


Wat is het luiste dier?
De antiloop.


Waar heeft uw grootvader de eerste lepel gebruikt?
Bij de steel.


Wanneer heeft men zes, en gaat men met vier benen?
Wanneer men op het paard zit.


Wie bouwt bruggen zonder hout of ijzer?
De winter.


Waarom hebben molenaars witte mutsen?
Om op te zetten.


Hoe kan men 's zomers het schapenvlees goed houden?
Als men het schaap niet slacht.


Welk dier loopt nooit zijn neus na eb houdt die toch altijd tussen de poten?
De kreeft.


Welk dier schaamt zich eerst na zijn dood?
De kreeft.


Wat is het verschil tussen een trekvogel en een handelsreiziger?
De eerste strijkt alleen in het voorjaar, de laatste het hele jaar neer.


Welke voet is het gevaarlijkste?
De voet van oorlog.


Wat is de kortste maand?
Mei, het heeft 3 letters.


In welke verhouding staan wagen en paard tot elkaar?
In een gespannen verhouding.


Wat zijn de vreedzaamste mensen?
Kaalkoppen, die vliegen elkaar nooit in de haren.


Welke schapen vreten meer, de witte of de zwarte?
De witte, die zijn er meer.


Waarom zijn studenten en luitenanten zulke goede dierentemmers?
Omdat zij veel met beren om gaan.


Waarom wordt de baard later dat het hoofdhaar grijs?
Omdat hij ongeveer twintig jaar jonger is.


Wat lijkt het meest op een halve strohalm?
De andere helft.


Waarom dragen matrozen een liggende kraag?
Om hun hals.


Aan welke kop ontbreekt de hersenpan?
Aan de pijpenkop.


Welk oordeel is het meeste af te keuren?
Het vooroordeel.


Welke trommelslagers trommelen met hun neus?
Alle, want niemand doet zijn neus weg als hij gaat trommelen.


Wat is de beste zanger?
De vogel, want hij zingt alles van het blad.


Is een huis eerder opgebouwd of afgebroken?
Opgebouwd, want anders kan men het niet afbreken.


Wat is de meest verlichte natie?
De illuminatie.


Hoe heet de bovenste steen van een huis?
Schoorsteen.


Wat is 's nachts open en bij dag met mensenvlees gevuld?
Schoenen en laarzen.


Wat zijn de gevaarlijkste mensen?
De miniatuurschilders omdat zij alles verkleinen.


Wat is het netste dier?
De haan, want die heeft steeds een kam bij zich.


Wat heeft tanden en kauwt nooit?
Een zaag.


Wie laat niet alleen dieren maar zelfs levenloze dingen spreken?
De fabeldichter.


Bij welk spel worden geen tranen gestort?
Bij een treurspel.


Hoeveel wegen gaan naar de kerk?
Geen, ze blijven allen liggen.


Wat brandt helderder dan twee lichten?
Drie lichten.


Wanneer zijn de oude vrouwen het meest vergevingsgezind?
In het kaartspel, daar vergeven zij licht.


Wat is de aantrekkelijkste lectuur?
De menukaart.


Welke bloemen zijn niet uit knoppen ontstaan en groeien niet aan planten?
Bloemen op de ruiten.


Welke wet wordt het strengst nageleefd en het snelst weer afgeschaft?
De wet der mode.


Waar groeit de beste wijn?
Nergens, want de druiven groeien.


Wat heeft men, als men de Sint-Jan in Den Bosch binnen gaat, het eerst aan zijn rechterhand?
Vijf vingers.


Wie heeft het 't gemakkelijkste, thee of koffie?
Koffie, want die zet men terwijl men de thee laat trekken.


Wie is de grootste ijzervreter?
De roest.


Waar worde de pannenkoeken slechts aan een kant gebakken?
Daar, waar aan de andere kant van de straat geen huizen zijn.


Hoe wordt een neger wanner men die in de Witte Zee doopt?
Nat.


Waar blijft de maan steeds in het eerste kwartier?
In het Turkse wapen.


Welke visser komt met zijn net ter wereld?
De pelikaan.


Wat behoort vooral tot een goed bewerkte laars?
De andere laars.


Wat kan nog beter zwijgen dan Pythagoras?
Zijn standbeeld.


Wat loopt hard en komt niet van zijn plaats?
Molenwieken en molenraderen.


Waar heeft de rook zijn begin en het vuur zijn einde?
In de letter R.


Wanneer zijn er de meeste liefhebbers voor kleine appelen en peren?
Wanneer er geen grote zijn.


Wie is hooggeboren?
De ooievaar.


Welke appel is het meeste waard?
De oogappel.


Wanneer beginnen de jongen eenden te zwemmen?
Wanneer zij geen grond meer onder zich hebben.


Waarom voelen de vrouwen van uitgevers zich zo gelukkig?
Omdat hun mannen zich steeds verheugen wanneer zij nieuwe uitgaven hebben.


Welke helft is een geheel?
Iemands wederhelft.


Welke ezels hebben aan drie poten genoeg?
Schildersezels.


Wat gaat over het water en wordt toch niet nat?
De zon.


Van wie kan men zonder bezwaar de hals breken?
Van een fles.


Wat zijn de vrolijkste spiegels?
Uilenspiegels.


Wat is de vluchtste schilder?
De spiegel.


Welke hoed zet men nooit op zijn hoofd?
Een vingerhoed.


Waar heeft het paard de meeste haren?
Aan de buitenkant.


Welke knecht ontvangt geen loon?
De laarzenknecht.


Wat slaat zonder handen, wat loopt zonder voeten, wat wijst zonder vingers?
De klok.


Wat is het beste kruid?
Het onkruid, want onkruid vergaat niet.


Wat is het werkzaamste oog?
Het eksteroog, want het is bestendig op het been.


Wat is het meest algemene land- en standsgerecht?
Een schotel aardappelen.


Voor wie moet ieder de hoed afnemen?
Voor de kapper.


Hoe ligt de kat op de muur?
Hard.


Wat zijn de langste bedden?
Rivierbedden.


Zes kalveren kosten 80 gulden, op hoeveel komt één te staan?
Op vier poten.


Vol of leeg ben ik even zwaar. Ra ra wat ben ik?
Een blaasbalg.


T T T T t t T t t. Wat is dat?
Een theegezelschap.


Welke dracht staat man en vrouw het best?
Eendracht.


Wat staat er tussen berg en dal.
Het woord EN.


Welk dier wordt groter wanneer het onthoofd wordt?
De vos (zonder v = os)


Welke schoenen passen aan geen enkele voet?
Handschoenen.


Welke stad is de oorsprong van de snaren?
Darmstadt.


Op welke weg heeft geen mens gelopen of gereden?
Op de melkweg.


Wanneer is de zon op- en niet ondergaan?
Vandaag.


Waarom sluit de haan, onder het kraaien, de ogen.
Om te doen geloven dat hij het van buiten kent.


Wanneer is de gezondheid ten einde?
Na de D.


Welke val heeft iets verheffendst?
De bijval.


Welke boon is zonder bladeren, bloeit niet en draagt toch vruchten?
De tolboom.


Welke raad is overbodig?
Onraad.


Waar heeft de koe het meeste vlees?
Tussen de kop en de staart.


Tot welk handwerk behoren orgeltrappers en hardlopers?
Tot geen, zij doen voetwerk.


Wie kan thuis bij de kachel een waaghals zijn?
De speculant.


Welke bergen kan men zonder dat de beklimming zwaar valt gemakkelijk bereiken?
Herbergen.


Welke lieden nemen iemand alles van de mond weg?
De barbiers.


Van welke regen houden vele meisjes?
Van de gouden regen.


Welke motieven werken het sterkst?
Locomotieven.


Waarom staan de meisjes graag?
Omdat ze niet graag blijven zitten.


Waarom is bij het trouwen een klein meisje altijd boven een groot te verkiezen?
Omdat men van twee kwaden het kleinste moet kiezen.


Hoe heette Jan van der Plas toen hij een kleine jongen was?
Jan van der Plas.


Waarom gaat een haas boven op een dijk zitten om de zee te zien?
Omdat hij niet door de dijk heen kan kijken.


Wat zijn er meer, levenden of doden?
Levenden, de doden zijn niet meer.


Waarom is een bakker die uitverkocht heeft, te beklagen?
Omdat hij brodeloos is.


Wat maakt iemand die in de sneeuw valt?
Een indruk.


Hoe kan men een zadel tussen twee ezels brengen?
Leg het zadel op de ezel en ga er zelf op zitten.


Wat ziet men niet, als men ziet, en wat ziet men, als men niet ziet?
De duisternis.


Hoe lang slaapt een ezel?
Tot hij wakker wordt.


Wat staat precies midden in Eindhoven?
Een H.


Wat is de langste vis?
De stokvis, want de kop is in Noorwegen en het lijf hier.


Welke mensen leven van water en wind?
De molenaars.


Wat is de overeenkomst tussen het eiland Urk en de letter E?
Ze bevinden zich allebei midden in zee.


Wat brandt voor de staat, voor de handelswereld, voor het gezellig verkeer en voor het buitenland?
Het lak.


Wat is dat, wanneer vier lucifers bij elkaar liggen?
Een strijkkwartet.


Welke kunst is de smaakvolste?
De kookkunst.


Het zijn twee broers, de ene is mijn oom en de andere niet. Hoe kan dat?
De andere is mijn vader.


Wat is aan de mens kleiner en toch hoger dan hij?
De hoed.


Met welke handen kan men geen geld tellen?
Met lege handen.


Wat is de middelste letter van het A B C?
De B.


Welke armen kleedt de gierigaard zonder morren?
Zijn eigen armen.


Welk woord schrijft men altijd verkeerd?
Het woord verkeerd.


Welke boer verricht altijd zijn werk met het grootste rumoer?
Een tamboer.


Welke zaal is de grootste van ons land?
Oldenzaal.


Wie is er op een vastendag het slechtst aan toe?
De maag.


Welke vogel legt geen eieren?
De spotvogel.


Welke tong groeit op het veld?
De ossentong.


Welk paard heeft geen hoeven?
Een luipaard.


Wat zijn de kostbaarste paarden?
Stokpaardjes.


Wie zag wel eens een halve varkenskop met twee ogen?
Iedereen die twee ogen heeft.


Wie verlangt éénogig te zijn?
De blinde.


Waar verlangt een ieder naar, en is er niet mee tevreden als hij het heeft?
Naar de ouderdom.


Wat is het verschil tussen een kwartje van Koningin Beatrix en een dubbeltje van Koningin Juliana?
Vijftien centen.


Hoeveel zacht gekookte eieren kan men nuchter eten?
Eén, want bij het tweede is men niet meer nuchter.


Hoeveel letters zijn er in de Bijbel?
Vijf.


Welke vensterluiken vallen, zonder herrie te maken, vanzelf dicht?
De oogleden.


Welke steen heeft twee stemmen?
Basalt.


Wat eet men met smaak, ook al heeft een ander het eerst in zijn mond gehad?
Ossetong.


Welk gemak bevalt het minste?
Het ongemak.


Wat is het verschil tussen het alfabet en het menselijk leven?
Het alfabet heeft slechts één en het leven heeft vele wee's.


Wat vindt een gek zeker?
Zijn gelijken.


Hoeveel sneeën brood kun je van een heel brood afsnijden?
Eén, want dan is het brood niet meer heel.


Wie heeft altijd het laatste woord?
De echo.


Wie kan alle talen spreken?
De echo.


Welk haar heeft een zwarte hengst?
Paardenhaar.


In welk geval is 2 maal 2 hetzelfde als 6?
In geen geval.


Welke baarden groeien niet?
Die van sleutels.


Welke worsten zijn oneetbaar?
Hansworsten.


Wat belet de ruiter op het paard te gaan zitten?
Het zadel.


Wanneer men het hele A B C ten eten vraagt, waarom komen dan de laatste zes letters steeds te laat?
Omdat ze eerst na de T komen.


Welke dracht zal nooit worden afgeschaft?
Tweedracht.


Welke noten kan men niet eten?
Muzieknoten.


Met welke pennen kan men niet schrijven?
Met hoedepennen.


Waar raakt men een koe, als men haar slaat, het eerst?
Op het haar.


Wat is de sterkste drank en die toch niet bedwelmt?
Het water, het draagt schepen en brengt werktuigen in beweging.


Wanneer eindigen de dagen der mensen?
Op 24 juli, dan beginnen de hondsdagen.


Wat is de hoofdzaak aan het menselijk lichaam?
Het hoofd.


Wie heeft een ader meer dan andere mensen?
De dichter, die heeft een dichtader.


Me 'n last beladen kan ik aan, ontneemt men die dan blijf ik staan?
De hangklok.


Welke kippen kunnen niet kakelen?
Gebraden kippen.


Welke zon geeft geen licht?
De hori-zon.


Welke wind waait niet?
Een haze-wind(hond).


Welk dier heeft de meeste ogen?
De pauw, aan elke staartveer heeft hij een oog.


Wie kan schilderen zonder kwast?
Een schildwacht.


Voor wie is het geen schande dom te zijn?
Voor de Dom in Utrecht.


Twee vaders en twee zoons schoten drie hazen en toch nam elk een haas mee naar huis. Hoe kan dat?
Het waren grootvader, vader en zoon.


Wie kan men het zekerst een geheim toevertrouwen?
De leugenaar, want niemand gelooft hem.


Wat kan een van het slechts missen?
De bodem.


Waar legt een schutter altijd aan en treft nooit?
In de dierenriem.


Wie heeft een kruin en toch geen hoofd?
Een boom.


Welke kous wordt nooit gedragen?
Een lampenkous.


Wie heeft vier poten en kan niet lopen?
Een stoel.


Wie heeft een voet zonder tenen?
Een wijnglas.


Welke sul bekleedt een hoge betrekking?
Een consul.


Hoe schrijft men 1000 met vijf dezelfde cijfers?
999 9/9.


Welke ziekte komt in geen enkel land voor?
De zeeziekte.


Welk ijzer maakt men van goud?
Een hoofdijzer.